Naar hoofdinhoud
1. De Partijen nemen alle algemene of bijzondere maatregelen die vereist zijn voor het vervullen van hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst en zien toe op de verwezenlijking van de daarin nedergelegde doelstellingen. Indien één van de Partijen van mening is dat de andere Partij niet heeft voldaan aan één van de verplichtingen die deze overeenkomst hem oplegt, dan kan deze passende maatregelen nemen. Daarvoor moet hij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Gemengde Commissie alle nuttige inlichtingen verstrekken die noodzakelijk zijn voor een diepgaand onderzoek van de situatie, ten einde een voor beide Partijen acceptabele oplossing te zoeken. In eerste instantie moet de keuze vallen op maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen moeten onmiddellijk worden medegedeeld aan de Gemengde Commissie, die daarover overleg zal plegen op verzoek van de andere Partij. 2. De Partijen komen overeen dat met het oog op lid 1 van dit artikel onder de term „bijzonder dringende gevallen” wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door één van de Partijen. Als wezenlijke inbreuk op de overeenkomst wordt beschouwd: afwijzing van de overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht; schending van de in artikel 1 vermelde essentiële onderdelen van de overeenkomst. 3. De Partijen komen overeen dat de in dat artikel genoemde „passende maatregelen” maatregelen zijn die in overeenstemming met het internationale recht zijn genomen. Indien één van de Partijen in geval van bijzondere urgentie een maatregel in toepassing van dit artikel zou nemen, dan kan de andere Partij verzoeken met spoed een vergadering tussen beide Partijen te beleggen binnen een termijn van vijftien dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel