Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Toegang tot de markt

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en Regering van de Tsjechische Republiek inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1999

1. Elk der Verdragsluitende Partijen kan een op het grondgebied van het andere land gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten: tussen een plaats in haar land en een plaats buiten dat land, en in doorvoer over haar grondgebied, op grond van vergunningen die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten, tenzij door de Gemengde Commissie anders overeengekomen. 2. Geen vergunningen zijn vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer: vervoer van post als openbare dienst; vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt; vervoer van goederen in motorvoertuigen waarvan het toegestane gewicht in beladen toestand, met inbegrip van aanhangwagens, niet meer is dan 6 ton of waarvan het toegestane gewicht aan lading, met inbegrip van aanhangwagens, niet meer is dan 3,5 ton; vervoer van medische goederen en uitrusting of andere goederen vereist in noodgevallen, met name bij natuurrampen; vervoer voor eigen rekening; vervoer van levende have; vervoer van bederfelijke goederen; vervoer van snijbloemen. 3. Een vervoerder mag geen cabotage verrichten, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten.

Rechtspraak bij dit artikel