Naar hoofdinhoud
1. Elke Staat kan, ten tijde van de ondertekening van dit Verdrag zonder voorbehoud van bekrachtiging of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding of te eniger tijd daarna, door middel van een tot de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of een deel van de gebieden voor welker internationale betrekkingen het verantwoordelijk is. Het Verdrag is van toepassing op het gebied of de gebieden in de kennisgeving vermeld met ingang van de zestigste dag na ontvangst door de Secretaris-Generaal van deze kennisgeving of, indien op die dag het Verdrag nog niet in werking is getreden, met ingang van de datum van de inwerkingtreding van het Verdrag. 2. Elke Staat die overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een verklaring heeft afgelegd waardoor dit Verdrag van toepassing wordt op een gebied voor welker internationale betrekkingen het verantwoordelijk is, kan het Verdrag met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel