Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van dit Protocol wordt aan de onderstaande uitdrukkingen de volgende betekenis toegekend: „Protocol van Parijs”: het „Protocol nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag”, ondertekend te Parijs op 28 augustus 1952. „Verdrag”, ongeacht waar deze uitdrukking in het Protocol van Parijs voorkomt: het NAVO-Status-verdrag, zoals van toepassing geworden door het „Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten”, tot stand gekomen te Brussel op 19 juni 1995. „Krijgsmacht” en „civiele dienst”, ongeacht waar deze uitdrukkingen in het Protocol van Parijs voorkomen: de in artikel 3 van het Protocol van Parijs aan deze uitdrukkingen toegekende betekenis; zij omvatten tevens dergelijke aan militaire hoofdkwartieren van de NAVO verbonden of toegevoegde personen uit andere Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede „Gezinslid”, ongeacht waar deze uitdrukking in het Protocol van Parijs voorkomt: de echtgenoot van een lid van de krijgsmacht of een civiele dienst als omschreven in onderdeel b van dit artikel, of kinderen die van hem of haar afhankelijk zijn voor hun onderhoud. „PfP SOFA”, ongeacht waar deze uitdrukking in dit Protocol voorkomt: het „Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten”, tot stand gekomen te Brussel op 19 juni 1995. „NAVO”: de Noordatlantische Verdragsorganisatie. „Militaire hoofdkwartieren van de NAVO”: geallieerde hoofdkwartieren of andere internationale militaire hoofdkwartieren of organisaties die onder artikel 1 en artikel 14 van het Protocol van Parijs vallen.

Rechtspraak bij dit artikel