**1.** „Anti-personeelmijn”: een mijn die is ontworpen om te exploderen door de aanwezigheid of de nabijheid van ofwel het contact met een persoon en die ertoe is bestemd een of meer personen buiten gevecht te stellen, letsel toe te brengen of te doden. Mijnen ontworpen om te ontploffen door de aanwezigheid of de nabijheid van ofwel het contact met een voertuig in plaats van een persoon, en die zijn voorzien van een anti-hanteermechanisme, worden als gevolg van deze voorziening niet beschouwd als anti-personeelmijnen.
**2.** „Mijn”: een stuk munitie geplaatst onder, op of vlak boven de grond of ander oppervlak en ontworpen om te exploderen door de aanwezigheid of nabijheid van of het contact met een persoon of voertuig.
**3.** „Anti-hanteermechanisme": een mechanisme bestemd voor het beschermen van een mijn, dat onderdeel is van, verbonden met, bevestigd aan of geplaatst onder de mijn en dat in werking wordt gesteld wanneer een poging wordt gedaan de mijn te manipuleren of anderszins opzettelijk van haar plaats te halen.
**4.** „Overdracht”: naast de fysieke verplaatsing van mijnen naar of van het grondgebied van een staat, de overdracht van het eigendomsrecht en van de zeggenschap over de mijnen, maar niet de overdracht van een grondgebied waarop anti-personeelmijnen zijn geplaatst.
**5.** „Bemijnd gebied”: een gebied dat gevaarlijk is ten gevolge van de aanwezigheid of vermoedelijke aanwezigheid van mijnen.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1999