Naar hoofdinhoud
1. Dit Verdrag geldt voor onbeperkte duur. 2. Elke Staat die Partij is, heeft in de uitoefening van zijn nationale soevereiniteit het recht dit Verdrag op te zeggen. Hij geeft kennis van een zodanige opzegging aan alle andere Staten die Partij zijn, de Depositaris en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Deze akte van opzegging dient een volledige uiteenzetting te bevatten van de redenen van de opzegging. 3. Een zodanige opzegging wordt niet eerder van kracht dan zes maanden na de ontvangst van de akte van opzegging door de Depositaris. Indien evenwel na afloop van dat tijdvak van zes maanden de opzeggende Staat die Partij is, betrokken is bij een gewapend conflict, wordt de opzegging niet van kracht voordat het gewapend conflict is beëindigd. 4. De opzegging van dit Verdrag door een Staat die Partij is, is op generlei wijze van invloed op de plicht van de Staten de ingevolge de desbetreffende regels van het volkenrecht aangegane verplichtingen te blijven nakomen.

Rechtspraak bij dit artikel