Naar hoofdinhoud
1. Onverminderd artikel 14 staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van derde Staten over het grondgebied van hun Staat toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd is. 2. Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft. 3. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aanvaardt de volledige verantwoordelijkheid voor het vervolgen van de reis van de te verwijderen persoon naar zijn Staat van bestemming, en neemt haar over indien de in artikel 14 vermelde voorwaarde van dien aard is om de uitvoering van de verwijdering te verhinderen. 4. De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid 1 hierboven, te beperken tot onderdanen van derde Staten voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van herkomst niet mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel