Naar hoofdinhoud
1. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor het door de Gemeenschap handhaven van een landbouwelement bij invoer van de in bijlage I genoemde producten van oorsprong uit Jordanië. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen. De op landbouwproducten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing op het landbouwelement. 2. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor het door Jordanië handhaven van een landbouwelement bij invoer van de in bijlage II genoemde producten van oorsprong uit de Gemeenschap. Het landbouwelement dat Jordanië op grond van het bepaalde onder a. kan heffen op de invoer uit de Gemeenschap mag niet meer bedragen dan 50% van het basisrecht dat geheven wordt op de invoer uit landen waarmee Jordanië geen preferentiële handelsregeling heeft, doch die wel een meestbegunstigingsbehandeling genieten. Indien Jordanië aantoont dat het equivalent van de rechten die van toepassing zijn op landbouwproducten die in de goederen in bijlage II zijn verwerkt hoger is dan het onder b. genoemde maximum, dan kan de Associatieraad een hoger percentage overeenkomen. Jordanië mag de lijst van goederen waarop dit landbouwelement van toepassing is uitbreiden, mits de goederen voorkomen in bijlage I. Dit landbouwelement wordt, vóór het wordt goedgekeurd, ter beoordeling voorgelegd aan het Associatiecomité, dat alle vereiste besluiten kan nemen. Op de in bijlage II opgenomen producten van oorsprong uit de Gemeenschap past Jordanië vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst geen hogere invoerrechten en heffingen van gelijke werking toe dan die welke op 1 januari 1996 van toepassing waren. 3. Voor het industrie-element van de in bijlage II opgenomen producten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Jordanië de invoerrechten en heffingen van gelijke werking geleidelijk af overeenkomstig het bepaalde in artikel 11. 4. De overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste landbouwelementen kunnen worden verminderd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Jordanië de op een basislandbouwproduct toegepaste heffing is verlaagd of wanneer deze verminderingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies op het gebied van verwerkte landbouwproducten. 5. De in lid 4 bedoelde vermindering, de lijst van betrokken producten en, in voorkomend geval, de tariefcontingenten waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel