**1.** Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Jordanië daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn:
alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Jordanië, of op een wezenlijk deel daarvan;
alle steunmaatregelen van de Staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, met uitzondering van afwijkingen die zijn toegestaan krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
**2.** Alle handelwijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en voor onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende producten, die van de artikelen 65 en 66 van dat Verdrag, en de communautaire regels betreffende overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.
**3.** De Associatieraad stelt bij besluit genomen binnen een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de uitvoering van de leden 1 en 2.
In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van de Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c), en het ermee verband houdende gedeelte van lid 2.
**4.** Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder c., komen de partijen overeen dat gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle door Jordanië aan ondernemingen toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Jordanië wordt beschouwd als een regio gelijk aan de streken van de Gemeenschap waar de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst, als bedoeld in artikel 92, lid 3, onder a., van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
De Associatieraad besluit met inachtneming van de economische situatie in Jordanië, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd.
Elke partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, onder meer door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene partij verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
**5.** Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk 2 van titel II:
is het bepaalde in lid 1, onder c., niet van toepassing;
dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder a., te worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad.
**6.** Indien de Gemeenschap of Jordanië van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 en:
deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat
bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen,
kan de desbetreffende partij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.
Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder c., kunnen indien de GATT erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de GATT of in andere in het kader daarvan tot stand gekomen akten die op beide partijen van toepassing zijn.
**7.** Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.
TITEL IV › HOOFDSTUK 2
Artikel 53
Artikel 53
Onderdeel van Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2002