**1.** Georgië vrijwaart de personeelsleden tegen rechtsvervolging met betrekking tot enig handelen of nalaten of enig gesproken of geschreven woord in hun officiële hoedanigheid.
**2.** Georgië vrijwaart het Koninkrijk der Nederlanden ter zake van elke aansprakelijkheid of verplichting voor projecten en programma's en stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke buiten-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van het verrichten of nalaten van enige handeling door het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden tijdens de werkzaamheden die worden beheerst door of uitgevoerd uit hoofde van dit Verdrag, dat de dood of lichamelijk letsel van een derde of schade aan het eigendom van een derde ten gevolge heeft, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt en onthoudt zich van het instellen van een vordering of het nemen van gerechtelijke stappen terzake van buiten-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid tenzij deze aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid.
**3.** Ingeval Georgië het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden vrijwaart tegen een vordering of gerechtelijke stappen ter zake van buiten-contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, mag Georgië alle rechten doen gelden die het Koninkrijk der Nederlanden of de personeelsleden kunnen doen gelden.
HOOFDSTUK III
Artikel 7
Immuniteiten en vorderingen
Onderdeel van Verdrag inzake technische en financiële samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 5 april 2000