Naar hoofdinhoud
1. De Partijen komen overeen zonodig, bij voorkeur eenmaal in de drie jaar, beurtelings in de twee landen werksessies te beleggen, om de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de twee Partijen te evalueren en te bespreken of aangelegenheden te bespreken die verband houden met de uitvoeringsregelingen van dit Verdrag. 2. Elke Partij draagt haar ambassade in het andere land op frequente contacten te onderhouden met de andere Partij ten behoeve van de effectieve uitvoering van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel