Naar hoofdinhoud

TITEL I › Hoofdstuk 2

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2001

Dit Verdrag wordt toegepast onder de volgende voorwaarden: het feit dat aanleiding geeft tot het verzoek moet in de wetgeving van beide Staten strafbaar zijn gesteld; de rechterlijke beslissing moet onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn; de gevonniste persoon moet een onderdaan zijn van de Staat van tenuitvoerlegging; de gevonniste persoon of, indien zijn leeftijd of lichamelijke of geestelijke toestand daartoe aanleiding geven, zijn wettelijke vertegenwoordiger moet vrijwillig en volledig bewust van de rechtsgevolgen instemmen met de overbrenging; op het tijdstip van het verzoek tot overbrenging moet de gevonniste persoon nog ten minste een jaar van zijn straf ondergaan. In uitzonderingsgevallen kunnen beide Staten zich akkoord verklaren met een overbrenging zelfs wanneer het strafrestant minder is dan een jaar; de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging moeten het eens zijn over de overbrenging.

Rechtspraak bij dit artikel