Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„Chemische stof”, een vervaardigde of uit de natuur gewonnen stof afzonderlijk of in een mengsel of preparaat, die geen levend organisme bevat. Het betreft een stof die onder één van de volgende categorieën valt: pesticiden (met inbegrip van zeer gevaarlijke pesticideformuleringen) en industriële chemicaliën;
„Verboden chemische stof”, een chemische stof waarvan, ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu, alle toepassingen in één of meer categorieën verboden zijn op grond van definitieve regelgeving. Het betreft ook chemische stoffen die zijn geweigerd bij de eerste toelatingsaanvraag of die door de sector hetzij van de binnenlandse markt zijn gehaald, hetzij in de loop van de binnenlandse toelatingsprocedure zijn geschrapt, en waarbij duidelijk kan worden aangetoond dat deze maatregel is genomen ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu;
„Aan strenge beperkingen onderworpen chemische stof”, een chemische stof waarvan, ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu, nagenoeg alle toepassingen in één of meer categorieën verboden zijn op grond van definitieve regelgeving, maar waarvan bepaalde specifieke toepassingen nog toegestaan zijn. Het betreft ook chemische stoffen die voor nagenoeg alle toepassingen zijn geweigerd, dan wel door de sector van de binnenlandse markt zijn gehaald of in de loop van de binnenlandse toelatingsprocedure zijn geschrapt, en waarbij duidelijk kan worden aangetoond dat deze maatregel is genomen ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu;
„Zeer gevaarlijke pesticideformulering”, een voor gebruik als pesticide geformuleerde chemische stof waarvan het gebruik ernstige gevolgen voor de gezondheid van de mens of voor het milieu heeft die op korte termijn kunnen worden geconstateerd na eenmalige of herhaalde blootstelling onder de gewone gebruiksomstandigheden;
„Definitieve regelgeving”, door een Partij vastgestelde regelgeving die geen verdere regelgeving van die Partij behoeft, met als doel een chemische stof te verbieden of het gebruik ervan aan strenge beperkingen te onderwerpen;
„Uitvoer” en „invoer”, met hun respectieve connotaties, het vervoer van een chemische stof van een Partij naar een andere Partij, met uitzondering van zuivere doorvoeractiviteiten;
„Partij”, een Staat of een regionale organisatie voor economische integratie die ermee heeft ingestemd door dit Verdrag gebonden te zijn en waarvoor dit Verdrag van kracht is;
„Regionale organisatie voor economische integratie”, een door soevereine Staten in een bepaalde regio opgerichte organisatie, waaraan door haar lidstaten bevoegdheden zijn overgedragen ten aanzien van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden en die, in overeenstemming met haar interne procedures, gemachtigd is dit Verdrag te ondertekenen, te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren dan wel daartoe toe te treden;
„Commissie ter beoordeling van chemische stoffen”, het in artikel 18, zesde lid, bedoelde hulporgaan.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 24 februari 2004