Naar hoofdinhoud
1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid, heeft elke Partij bij dit Verdrag één stem. 2. Regionale organisaties voor economische integratie beschikken, wat binnen hun bevoegdheid vallende aangelegenheden betreft, over een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal stemmen van hun lidstaten die Partij zijn bij dit Verdrag. Bedoelde organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien een van hun lidstaten zijn stemrecht uitoefent, en omgekeerd. 3. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „aanwezige en hun stem uitbrengende Partijen”, aanwezige Partijen die een stem voor of tegen uitbrengen.

Rechtspraak bij dit artikel