Elke Verdragsluitende Partij neemt te zijner tijd passende maatregelen ter bestudering van:
de veiligheid van elke faciliteit voor het beheer van radioactief afval die bestaat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het Verdrag voor die Verdragsluitende Partij en om zeker te stellen dat, zo nodig, alle redelijkerwijs uitvoerbare verbeteringen worden aangebracht om de veiligheid van deze faciliteiten te verhogen;
de resultaten van praktijken uit het verleden om te kunnen bepalen of een interventie noodzakelijk is vanwege bescherming tegen straling, zonder uit het oog te verliezen dat de vermindering van schade als gevolg van de vermindering van de dosis voldoende moet zijn om de negatieve effecten en de kosten van de interventie, met inbegrip van de sociale kosten, te rechtvaardigen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12
Bestaande faciliteiten en praktijken uit het verleden
Onderdeel van Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 18 juni 2001