Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 24

Bescherming tegen straling tijdens de bedrijfsvoering

Onderdeel van Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 18 juni 2001

1. Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat gedurende de operationele levensduur van een faciliteit voor het beheer van bestraalde splijtstof of radioactief afval: de blootstelling van werknemers en het publiek aan straling veroorzaakt door de faciliteit zo gering te laten zijn als redelijkerwijs mogelijk is, met inachtneming van economische en sociale factoren; niemand in normale situaties wordt blootgesteld aan stralingsdoses die hoger liggen dan de geldende nationale dosislimieten, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met internationaal goedgekeurde normen op het gebied van bescherming tegen straling; en maatregelen worden genomen ter voorkoming van niet-geplande en ongecontroleerde emissies van radioactieve stoffen in het milieu. 2. Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat lozingen worden beperkt: om blootstelling aan ioniserende straling zo gering te laten blijven als redelijkerwijs mogelijk is, met inachtneming van economische en sociale factoren; zodanig dat niemand in normale situaties wordt blootgesteld aan stralingsdoses die hoger liggen dan de geldende nationale dosislimieten, waarin naar behoren rekening wordt gehouden met internationaal goedgekeurde normen op het gebied van bescherming tegen straling. 3. Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat tijdens de operationele levensduur van een gereguleerde kerninstallatie, in het geval dat een niet-geplande of ongecontroleerde emissie van radioactieve stoffen in het milieu geschiedt, passende corrigerende maatregelen worden getroffen om de lozingen te beheersen en de effecten ervan te beperken.

Rechtspraak bij dit artikel