Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3

Werkingssfeer

Onderdeel van Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 18 juni 2001

1. Dit Verdrag is van toepassing op de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof wanneer de bestraalde splijtstof resulteert uit de bedrijfsvoering van civiele kernreactoren. Bestraalde splijtstof die in opwerkingsfaciliteiten voorhanden is als onderdeel van een opwerkingsactiviteit valt niet onder de werkingssfeer van dit Verdrag, tenzij de Verdragsluitende Partij verklaart dat opwerking deel uitmaakt van het beheer van bestraalde splijtstof. 2. Dit Verdrag is tevens van toepassing op de veiligheid van het beheer van radioactief afval wanneer dit radioactieve afval resulteert uit civiele toepassingen. Dit Verdrag is echter niet van toepassing op afval dat slechts natuurlijke radioactieve stoffen bevat en dat niet afkomstig is uit de splijtstofcyclus, tenzij het bestaat uit een buiten bedrijf genomen ingekapselde bron of door de Verdragsluitende Partij wordt aangemerkt als radioactief afval in de zin van dit Verdrag. 3. Dit Verdrag is niet van toepassing op de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof of radioactief afval binnen militaire of defensieprogramma's, tenzij deze door de Verdragsluitende Partij als bestraalde splijtstof of radioactief afval in de zin van dit Verdrag zijn aangemerkt. Dit Verdrag is echter van toepassing op de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval afkomstig uit militaire of defensieprogramma's indien en wanneer deze stoffen permanent worden overgedragen aan en beheerd worden binnen uitsluitend civiele programma's. 4. Dit Verdrag is tevens van toepassing op lozingen overeenkomstig de artikelen 4, 7, 11, 14, 24 en 26.

Rechtspraak bij dit artikel