**1.** De aangezochte douane-administratie houdt op verzoek bijzonder toezicht op:
personen ten aanzien van wie het de verzoekende douane-administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de staat van de aangezochte Partij betreden en verlaten;
goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan door de verzoekende douane-administratie is medegedeeld dat er een vermoeden bestaat van ongeoorloofd verkeer, of betaalmiddelen ten aanzien waarvan door de verzoekende administratie is medegedeeld dat er een vermoeden bestaat van ongeoorloofd verkeer, naar het douanegebied van de staat van de verzoekende Partij;
vervoermiddelen waarvan de verzoekende douane-administratie weet of vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de staat van de verzoekende Partij.
**2.** Het in het eerste lid genoemde bijzondere toezicht kan ook uit eigen beweging door een van de douane-administraties worden gehouden.
**3.** De douane-administraties kunnen, in overeenstemming met hun nationale wetgeving, met wederzijdse overeenstemming en door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het douanegebied van hun respectieve staten van goederen die zijn betrokken bij illegale handel om deze illegale handel te onderdrukken.
Artikel 6
Bijzonder toezicht op personen, goederen en vervoermiddelen
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2000