**a.** Voedselhulp dient alleen te worden verstrekt wanneer dit de meest doeltreffende en geschikte wijze van bijstand is.
**b.** Voedselhulp dient gebaseerd te zijn op een evaluatie van de behoeften door de ontvanger en de leden, ieder in het kader van zijn eigen respectieve beleid, en dient gericht te zijn op de verbetering van de zekerheid van de voedselvoorziening in de ontvangende landen. Bij het reageren op deze behoeften zien de leden erop toe dat zij voorzien in de specifieke voedingsbehoeften van vrouwen en kinderen.
**c.** Voedselhulp voor kosteloze verdeling dient gericht te zijn op kwetsbare groepen.
**d.** Bij de verstrekking van voedselhulp in noodsituaties dient in het bijzonder rekening te worden gehouden met het herstel en de ontwikkelingsdoelen in de ontvangende landen op de langere termijn en dienen de fundamentele humanitaire beginselen te worden geëerbiedigd. De leden dienen ervoor zorg te dragen dat de verstrekte voedselhulp de beoogde ontvangers tijdig bereikt.
**e.** Voedselhulp die geen verband houdt met noodsituaties wordt door de leden zoveel mogelijk verstrekt op basis van een voorafgaande planning, zodat de ontvangende landen in hun ontwikkelingsprogramma's rekening kunnen houden met de te verwachten aanvoer van voedselhulp die zij jaarlijks gedurende de looptijd van dit Verdrag ontvangen.
**f.** Indien blijkt dat door een aanzienlijk tekort in de voedselproductie of door andere omstandigheden zich in een bepaald land, een bepaalde regio of een bepaalde groep regio's buitengewone voedselbehoeften voordoen, buigt het Comité zich over deze kwestie. Het Comité kan aanbevelen dat de leden op de situatie reageren door de verstrekte hoeveelheid voedselhulp te vergroten.
**g.** Op het moment van de vaststelling van de voedselhulpbehoefte trachten de leden of hun partners op regionaal niveau en op het niveau van het ontvangende land overleg te plegen teneinde een gezamenlijke aanpak voor de analyse van de behoefte te ontwikkelen.
**h.** De leden komen overeen, wanneer passend, de landen en regio's aan te wijzen die voorrang hebben in het kader van hun voedselhulpprogramma's. Ten aanzien van hun prioriteiten, beleid en projecten dragen de leden zorg voor transparantie door het verstrekken van informatie aan andere donors.
**i.** De leden plegen rechtstreeks of via hun desbetreffende partners overleg met elkaar inzake de mogelijkheden voor de opstelling van gemeenschappelijke actieplannen voor de landen die voorrang genieten, indien mogelijk voor meerdere jaren.
DEEL II
Artikel VIII
Behoeften
Onderdeel van Voedselhulpverdrag 1999· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 juni 2000