Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel XIII

Doeltreffendheid en invloed

Onderdeel van Voedselhulpverdrag 1999· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 juni 2000

a. Bij alle voedselhulptransacties zien de leden er met name op toe: dat nadelige gevolgen voor de lokale oogsten, voor de productie en voor de structuren voor het op de markt brengen, worden voorkomen door een juiste keuze van het tijdstip voor de verdeling van voedselhulp; dat rekening wordt gehouden met de lokale voedingsgewoonten en voedselbehoeften van de ontvangers en dat mogelijke negatieve gevolgen voor hun voedingsgewoonten zoveel mogelijk worden beperkt; en dat de deelname door vrouwen aan het besluitvormingsproces en bij de uitvoering van voedselhulpoperaties wordt vergemakkelijkt, waardoor de zekerheid van de voedselvoorziening op het niveau van de huishoudens wordt verbeterd. b. De leden zetten zich ervoor in de inspanningen van de regeringen in de ontvangende landen te ondersteunen teneinde de voedselhulpprogramma's op een met dit Verdrag verenigbare wijze te ontwikkelen en uit te voeren. c. De leden geven hun steun en leveren, waar nodig, een bijdrage ter verbetering van de capaciteit en de deskundigheid van de ontvangende regeringen en de desbetreffende samenlevingen op het gebied van de ontwikkeling en uitvoering van strategieën ten behoeve van de zekerheid van de voedselvoorziening ter vergroting van het effect van voedselhulpprogramma's. d. Indien voedselhulp binnen een ontvangend land wordt verkocht, vindt de verkoop zoveel mogelijk plaats binnen de particuliere sector en op basis van een marktanalyse. Bij de besteding van de opbrengst van deze verkopen wordt voorrang gegeven aan projecten die gericht zijn op verbetering van de zekerheid van de voedselvoorziening van de ontvangers. e. Overwogen dient te worden om voedselhulp via andere middelen te versterken (financiële hulp, technische bijstand, enzovoort) teneinde voedselhulp beter geschikt te maken voor vergroting van de zekerheid van de voedselvoorziening en de capaciteit van de regeringen en de samenlevingen om op alle niveaus strategieën voor de zekerheid van de voedselvoorziening te ontwikkelen, te verbeteren. f. De leden streven ernaar samenhang te verzekeren tussen het voedselhulpbeleid en beleid in andere sectoren, zoals ontwikkeling, landbouw en handel. g. De leden komen overeen zoveel mogelijk overleg te plegen met alle betrokken partners op het niveau van elk ontvangend land teneinde het toezicht op de coördinatie van voedselhulpprogramma's en voedselhulpoperaties te waarborgen. h. De leden streven ernaar gezamenlijke evaluaties van hun voedselhulpprogramma's en voedselhulpoperaties uit te voeren. Deze evaluaties vinden plaats op basis van overeengekomen internationale beginselen. i. Bij de uitvoering van evaluaties van hun voedselhulpprogramma's en voedselhulpoperaties houden de leden rekening met de bepalingen van dit Verdrag die betrekking hebben op de doeltreffendheid en de invloed van deze voedselhulpprogramma's en voedselhulpoperaties. j. De leden worden aangemoedigd het effect van hun voedselprogramma's, die bilateraal of multilateraal worden gekanaliseerd of worden uitgevoerd via niet-gouvernementele organisaties, te beoordelen door gebruik te maken van passende indicatoren, zoals de voedingstoestand van de ontvangers en overige indicatoren die verband houden met de zekerheid van de wereldvoedselvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel