Naar hoofdinhoud

DEEL IV B

Artikel XXV

Werkingsduur en opzegging

Onderdeel van Voedselhulpverdrag 1999· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 juni 2000

a. Dit Verdrag blijft van kracht tot en met 30 juni 2002, tenzij het wordt verlengd ingevolge onderdeel b) van dit artikel of eerder wordt beëindigd ingevolge onderdeel f) van dit artikel, mits het Graanhandelsverdrag 1995 of een nieuw daarvoor in de plaats gekomen Graanhandelsverdrag van kracht blijft tot en met die datum. b. Het Comité kan het Verdrag verlengen tot na 30 juni 2002 voor achtereenvolgende termijnen van ten hoogste twee jaar, mits het Graanhandelsverdrag 1995 of een nieuw daarvoor in de plaats gekomen Graanhandelsverdrag van kracht blijft gedurende de termijn van de verlenging. c. Indien het Verdrag wordt verlengd ingevolge onderdeel b) van dit artikel, kunnen de verbintenissen van de leden vastgesteld ingevolge artikel III, onderdeel e), door de leden worden onderworpen aan een herziening vóór de inwerkingtreding van elke verlenging. Hun onderscheiden verbintenissen, zoals herzien, blijven voor de duur van elke verlenging ongewijzigd. d. De werking van dit Verdrag blijft voorwerp van toetsing, in het bijzonder ten aanzien van de resultaten van multilaterale onderhandelingen inzake de verstrekking van voedselhulp, met name op concessionele kredietvoorwaarden, en de noodzaak de resultaten daarvan toe te passen. e. De situatie met betrekking tot alle voedselhulpoperaties en in het bijzonder die op concessionele kredietvoorwaarden, wordt getoetst alvorens wordt besloten tot een verlenging van dit Verdrag of tot een nieuw verdrag. f. Ingeval dit Verdrag wordt beëindigd, blijft het Comité bestaan voor zolang als nodig is om zijn liquidatie uit te voeren, en beschikt het over de bevoegdheden en vervult het de functies die daartoe nodig zijn. g. Een lid kan dit Verdrag opzeggen aan het eind van elk jaar door middel van een schriftelijke kennisgeving van opzegging aan de depositaris ten minste negentig dagen vóór de afloop van dat jaar, maar het wordt daardoor niet ontheven van enige verplichting ingevolge dit Verdrag die het aan het einde van dat jaar nog niet is nagekomen. Het lid brengt tegelijkertijd het Comité op de hoogte van de actie die het heeft ondernomen. h. Een lid dat het Verdrag opzegt, kan daarna opnieuw Partij worden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het Comité en aan de depositaris. Voorwaarde voor hernieuwde toetreding is dat het lid aansprakelijk zal zijn voor het nakomen van zijn verbintenis met ingang van het jaar waarin dit lid opnieuw Partij wordt bij dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel