**1.** Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting" een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
**2.** De uitdrukking „vaste inrichting" omvat in het bijzonder:
een plaats waar leiding wordt gegeven;
een filiaal;
een kantoor;
een fabriek;
een werkplaats, en
een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen.
**3.** Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatie- of montagewerkzaamheden of toezichthoudende werkzaamheden die daarmee verband houden en die worden uitgeoefend op die plaats van uitvoering of van de werkzaamheden, vormen alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt.
Het door een onderneming verlenen van diensten, daaronder begrepen diensten van adviserende aard, door middel van werknemers of andere personeelsleden die door de onderneming voor een dergelijk doel zijn gecontracteerd, vormt alleen een vaste inrichting indien de werkzaamheden (ten behoeve van hetzelfde of een daarmee verband houdend project) in het land gedurende een tijdvak of tijdvakken van in totaal meer dan twaalf maanden voortduren.
**3.1.** Uitsluitend om te bepalen of het tijdvak van twaalf maanden bedoeld in lid 3, onderdeel a, is overschreden, worden,
wanneer een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat activiteiten uitoefent op de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, installatie- of montagewerkzaamheden of toezichthoudende werkzaamheden die daarmee verband houden en die activiteiten worden uitgeoefend gedurende een of meer tijdvakken die in totaal langer duren dan dertig dagen zonder de twaalf maanden te overschrijden, en
verbonden activiteiten worden uitgeoefend op dezelfde plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, installatie- of montagewerkzaamheden of toezichthoudende werkzaamheden die daarmee verband houden, gedurende verschillende tijdvakken die elk meer bedragen dan dertig dagen door een of meer ondernemingen die nauw verbonden zijn met de eerstgenoemde onderneming,
deze verschillende tijdvakken bij de totale tijdsduur gevoegd waarin de eerstgenoemde onderneming activiteiten heeft uitgeoefend op die plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, installatie- of montagewerkzaamheden of toezichthoudende werkzaamheden die daarmee verband houden.
**4.** Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting" niet geacht te omvatten:
het gebruik maken van inrichtingen, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering;
het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen of te verspreiden, of marktonderzoek te doen dat van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting met als enig doel een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde activiteiten te verrichten,
mits die activiteit, of, in het geval van onderdeel f, het geheel van de activiteiten van de vaste bedrijfsinrichting van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
**4.1.** Het vierde lid is niet van toepassing op een vaste bedrijfsinrichting die door een onderneming gebruikt of aangehouden wordt indien dezelfde onderneming of een nauw daarmee verbonden onderneming op dezelfde plaats of op een andere plaats in dezelfde Verdragsluitende Staat bedrijfsactiviteiten verricht, en
die plaats of die andere plaats voor de onderneming of voor de nauw daarmee verbonden onderneming een vaste inrichting vormt op grond van de bepalingen van dit artikel; of
het geheel van de activiteiten dat resulteert uit de combinatie van de activiteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen worden uitgeoefend, niet van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft,
op voorwaarde dat de bedrijfsactiviteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen worden uitgeoefend, aanvullende taken zijn die deel uitmaken van een samenhangende bedrijfsvoering.
**5.** Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid, maar onder voorbehoud van de bepalingen van het zesde lid, indien een persoon namens een onderneming optreedt in een Verdragsluitende Staat en daarbij gewoonlijk overeenkomsten sluit, of gewoonlijk de voornaamste rol speelt die leidt tot het sluiten van overeenkomsten die stelselmatig zonder materiële wijziging door de onderneming gesloten worden, en die overeenkomsten gesloten zijn
in naam van de onderneming, of
voor de eigendomsoverdracht of voor het verlenen van het gebruiksrecht van goederen die aan die onderneming toebehoren of ter zake waarvan de onderneming het gebruiksrecht heeft, of
voor het verlenen van diensten door die onderneming,
wordt die onderneming geacht in die staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot alle werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van een dergelijke persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid, die, indien zij zouden worden verricht door middel van een vaste bedrijfsinrichting (anders dan een vaste bedrijfsinrichting waarop lid 4.1 van toepassing zou zijn), deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van het vierde lid niet tot een vaste inrichting zouden maken.
**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing indien de persoon die in een Verdragsluitende Staat optreedt voor een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat, in de eerstgenoemde staat een bedrijf uitoefent als een onafhankelijke vertegenwoordiger en voor de onderneming handelt in de normale uitoefening van dat bedrijf. Wanneer een persoon evenwel uitsluitend of nagenoeg uitsluitend optreedt voor een of meer ondernemingen waarmee hij nauw verbonden is, wordt die persoon ten opzichte van elke dergelijke onderneming niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger te zijn in de zin van dit lid.
**7.** De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat, een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet (hetzij door middel van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), bestempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere.
**8.** Ten behoeve van de toepassing van dit artikel is een persoon of onderneming nauw verbonden met een onderneming indien uit alle relevante feiten en omstandigheden blijkt dat de ene zeggenschap heeft over de andere of dat beide onder zeggenschap staan van dezelfde personen of ondernemingen. In elk geval wordt een persoon of onderneming geacht nauw verbonden te zijn met een onderneming indien de ene direct of indirect meer dan 50 percent bezit van het uiteindelijke belang in de ander (of, in het geval van een lichaam, meer dan 50 percent bezit van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam of van het uiteindelijke belang in het vermogen van het lichaam) of indien een andere persoon of onderneming direct of indirect meer dan 50 percent bezit van het uiteindelijke belang (of, in het geval van een lichaam, meer dan 50 percent bezit van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van het lichaam of van het uiteindelijke belang in het vermogen van het lichaam) in de persoon en de onderneming of in de twee ondernemingen.
HOOFDSTUK II
Artikel 5
Vaste inrichting
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 december 2024