Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2009

In dit Verdrag wordt verstaan onder: „scheepsafval”: de in de onderdelen b tot en met f nader bepaalde stoffen of voorwerpen, waarvan de bezitter zich ontdoet, wil ontdoen dan wel moet ontdoen; „scheepsbedrijfsafval”: afval en afvalwater, dat bij het in bedrijf zijn en het onderhoud van het vaartuig aan boord ontstaat. Hieronder valt het olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval en het overige scheepsbedrijfsafval; „olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval”: afgewerkte olie, bilgewater, en overig olie- en vethoudend afval, zoals afgewerkt vet, gebruikte filters, gebruikte poetslappen, vaten en verpakkingsmateriaal van dit afval; „bilgewater”: oliehoudend water uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand; „overig scheepsbedrijfsafval”: huishoudelijk afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en klein gevaarlijk afval, bedoeld in Deel C van de Uitvoeringsregeling; „afval van de lading”: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling; „schip”: een binnenschip, zeeschip of drijvend werktuig; „passagiersschip”: een voor het vervoer van passagiers gebouwd en ingericht schip; „zeeschip”: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd; „ontvangstinrichting”: een schip dan wel een inrichting aan land, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval; „schipper”: degene onder wiens leiding het schip staat; „gemotoriseerd schip”: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerlieren, verbrandingsmotoren zijn; „gasolie”: van douanerechten en andere belastingen vrijgestelde brandstof voor binnenschepen; „bunkerbedrijf”: bedrijf waarvan schepen gasolie betrekken; „exploitant van de overslaginstallatie”: degene die beroepsmatig het laden en lossen van schepen uitvoert; „verlader”: degene die de vervoersopdracht heeft verleend; „vervoerder”: degene die zich beroepsmatig tot het vervoer van goederen verbindt; „ladingontvanger”: degene die gerechtigd is de goederen in ontvangst te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel