Naar hoofdinhoud
1. De in artikelen 1 en 2 genoemde onroerende goederen, met inbegrip van roerende zaken die, zonder dat zij deel uitmaken van de hoofdzaak, ertoe bestemd zijn het economisch doel van de hoofdzaak te dienen, worden door de Regering van de desbetreffende staat van verblijf kosteloos ter beschikking gesteld. 2. De uit het gebruik van de onroerende goederen voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de Regering van de desbetreffende staat van herkomst. 3. De kosten van de bouwprojecten (nieuwbouw, verbouwingen en uitbreiding van bestaande gebouwen, alsmede maatregelen tot herstel en onderhoud) zijn eveneens voor rekening van de Regering van de desbetreffende staat van herkomst. 4. De kosten voor diensten ingevolge artikel 4, met inbegrip van de personeelskosten voor het ter beschikking gestelde personeel, worden jaarlijks door de Regering van de staat van verblijf begroot en gedragen door de Regering van de desbetreffende staat van herkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel