Indien een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak of een andere executoriale titel van een Nederlandse rechtbank of autoriteit moet worden ten uitvoer gelegd tegen een schuldenaar aan wie een bedrag verschuldigd is, hetzij uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij de Bundeswehr overeenkomstig artikel 40, hetzij uit hoofde van rechtstreekse leveranties of diensten aan de Bundeswehr, gelden de volgende bepalingen:
Indien de betaling plaatsvindt door tussenkomst van een Nederlandse autoriteit, is die autoriteit, indien haar door een instantie die met de tenuitvoerlegging is belast wordt verzocht het bedrag niet aan de schuldenaar maar aan de schuldeiser die beslag heeft gelegd te betalen, gerechtigd aan dat verzoek te voldoen binnen de grenzen van de Nederlandse wettelijke voorschriften.
Indien de betaling niet plaatsvindt door tussenkomst van een Nederlandse autoriteit, deponeren de autoriteiten van de Bundeswehr op verzoek van een instantie die met de tenuitvoerlegging is belast, van de geldsom die zij erkennen aan de schuldenaar tegen wie de executie plaatsvindt schuldig te zijn, het in het verzoek genoemde bedrag bij de bevoegde instantie, voor zover de Duitse wetgeving dit toelaat. Zulks strekt de Bundeswehr tot het gedeponeerde bedrag tegenover de schuldenaar tot bevrijding van haar schuld.
Artikel 23
Tenuitvoerlegging bij vorderingen
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000