**1.** Indien in de loop van een al dan niet strafrechtelijke procedure of een verhoor voor een rechtbank of een autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland of van het Koninkrijk der Nederlanden blijkt dat een staatsgeheim van één van beide Staten of van beide, of een inlichting die de veiligheid van één van beide Staten of van beide zou kunnen schaden, openbaar gemaakt zou kunnen worden, verzoekt de rechtbank of autoriteit de bevoegde autoriteit om schriftelijk haar toestemming te geven tot het openbaar maken van het staatsgeheim of de inlichting. Indien de bevoegde autoriteit bezwaar heeft tegen de openbaarmaking, neemt de rechtbank of autoriteit alle haar ter beschikking staande maatregelen, met inbegrip van die bedoeld in het tweede lid, om de openbaarmaking te voorkomen, mits daardoor geen inbreuk wordt gemaakt op de grondwettelijke rechten van één der Overeenkomstsluitende Staten.
**2.** De Nederlandse bepalingen aangaande behandeling met gesloten deuren in al dan niet strafrechtelijke procedures zijn van overeenkomstige toepassing in zaken voor Nederlandse rechtbanken en autoriteiten, indien de veiligheid van de Bundeswehr in gevaar dreigt te worden gebracht.
Artikel 26
Geheimhouding bij verhoren
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000