**1.** De Bundeswehr heeft op grond van dit artikel het recht, onder voorbehoud van toestemming van de bevoegde Nederlandse autoriteiten, in het luchtruim van het Koninkrijk der Nederlanden manoeuvres en andere oefeningen uit te voeren in de mate die nodig is ter vervulling van haar taak. De beslissing van de bevoegde Nederlandse autoriteiten wordt genomen nadat naar behoren rekening is gehouden met alle aspecten die voortvloeien uit multilaterale of bilaterale overeenkomsten waarbij het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland partij zijn, met inbegrip van de door de Geallieerde Opperbevelhebber in Europa en andere autoriteiten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie of de bevoegde Europese autoriteiten vastgestelde opleidingseisen.
**2.** Op het uitvoeren van manoeuvres en andere oefeningen in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel zijn de Nederlandse voorschriften inzake het binnenvliegen en het gebruik van het Nederlandse luchtruim en inzake het gebruik van luchtvaartinstallaties en -inrichtingen van toepassing, alsmede de toepasselijke procedures betreffende kennisgeving, goedkeuring en coördinering als vervat in de desbetreffende wetten, voorschriften en bekendmakingen. De bevoegde Nederlandse autoriteiten voeren tijdig besprekingen met de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland over verwachte wijzigingen in Nederlandse voorschriften of administratieve bepalingen betreffende het binnenvliegen en het gebruik van het Nederlandse luchtruim en het gebruik van luchtvaartinstallaties en -inrichtingen. De Overeenkomstsluitende Staten wenden zich tot de op dit terrein bevoegde organisaties om die wijzigingen te bespreken.
**3.** De bepalingen van artikel 30 zijn zowel van toepassing op landingen buiten de luchtvaartterreinen als op parachutesprongen of het afwerpen van voorwerpen per parachute op terreinen die niet voor permanent gebruik ter beschikking van de Bundeswehr zijn gesteld.
**4.** Nederlandse voorschriften inzake het binnenvliegen en het gebruik van het Nederlandse luchtruim en het gebruik van luchtvaartinstallaties en -inrichtingen, alsmede de toepasselijke procedures betreffende kennisgeving, goedkeuring en coördinatie als vervat in de desbetreffende wetten, voorschriften en bekendmakingen omvatten mede de wetgeving inzake het luchtverkeer in de dan van kracht zijnde versie, en de uit hoofde daarvan uitgevaardigde voorschriften, civiele en militaire administratieve regels, alsook relevante procedures en nationale voorschriften als bekendgemaakt in het AFCENT LOW FLYING HANDBOOK of latere publicaties. Naast de bepalingen van dit artikel zijn overeenkomsten – en eventuele toekomstige wijzigingen daarop – inzake het uitvoeren van manoeuvres en andere oefeningen in het Nederlandse luchtruim die het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland hebben gesloten of zullen sluiten van toepassing, totdat deze worden vervangen of opgezegd.
**5.** De in het tweede lid van dit artikel genoemde bevoegde organisaties omvatten mede de AFCENT LOW FLYING WORKING GROUP of een organisatie waardoor deze wordt opgevolgd.
Artikel 31
Manoeuvres en andere oefeningen in het luchtruim
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000