Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oezbekistan inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 23 augustus 2000

1. Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd. 2. Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden: de douane-administratie die het verzoek doet; het onderwerp van en de reden voor het verzoek; een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de te nemen stappen; de namen en adressen van de betrokken partijen, voorzover bekend. 3. Een verzoek van een van de douane-administraties een bepaalde procedure te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de nationale wetgeving van de aangezochte Verdragsluitende Partij. 4. De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren medegedeeld die door beide douane-administraties hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt als een van de in artikel 19 van dit Verdrag genoemde stappen.

Rechtspraak bij dit artikel