Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oezbekistan inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 23 augustus 2000

1. De aangezochte administratie houdt, op verzoek, bijzonder toezicht op: personen ten aanzien van wie het de verzoekende douane-administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het grondgebied van de staat van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten; goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan door de verzoekende administratie is medegedeeld dat er een vermoeden bestaat van ongeoorloofd verkeer naar het grondgebied van de staat van de verzoekende Verdragsluitende Partij; vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij. 2. De douane-administraties kunnen, in overeenstemming met hun nationale wetgeving, met wederzijdse overeenstemming en door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer binnen, uitvoer vanaf of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die zijn betrokken bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel