Een persoon die:
een vaste woonplaats heeft in Nieuw-Zeeland;
slechts gerechtigd is een uitkering te ontvangen bij toepassing van de bepalingen inzake optelling van artikel 7; en
hetzij:
Nieuw-Zeeland verlaat met het voornemen te gaan wonen in een derde staat voor een periode van langer dan 26 weken, of
woont in een derde staat voor een periode van langer dan 26 weken;
is niet gerechtigd een Nieuw-Zeelands pensioen of een veteranenpensioen te ontvangen terwijl hij zich buiten Nieuw-Zeeland of Nederland bevindt, tenzij hij of zij gerechtigd is die uitkering te ontvangen krachtens een verdrag inzake sociale zekerheid die Nieuw-Zeeland is aangegaan met die derde staat.
DEEL II › Hoofdstuk A
Artikel 11
Woonplaats in een derde staat
Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 november 2003