Naar hoofdinhoud

DEEL II › Hoofdstuk A

Artikel 9

Hoogte van Nieuw-Zeelandse weduwenuitkeringen, uitkeringen aan weduwnaren voor huishoudelijke doeleinden en invaliditeitsuitkeringen in Nederland

Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 november 2003

Indien een persoon die een vaste woonplaats heeft in Nederland gerechtigd is een weduwenuitkering, een uitkering aan weduwnaren voor huishoudelijke doeleinden of een invaliditeitsuitkering te ontvangen op grond van artikel 6, wordt het bedrag van die uitkering berekend overeenkomstig de volgende formule: (Het aantal hele maanden van wonen in Nieuw-Zeeland / 300 maanden) x maximum uitkering met inachtneming van de volgende bepalingen: voor het vaststellen van het aantal hele maanden van wonen in Nieuw-Zeeland wordt slechts wonen na het bereiken van de leeftijd van 20 jaar in aanmerking genomen; alle tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland na het bereiken van de leeftijd van 20 jaar worden samengevoegd; het te betalen maximale uitkeringsbedrag is de maximum uitkering waarop die persoon aanspraak zou hebben ingevolge de Nieuw-Zeelandse wetgeving; in geen geval overschrijdt de hoogte van de uitkering 100% van de maximum uitkering; en buiten beschouwing blijven uitkeringen die eveneens betaalbaar zijn krachtens de Nederlandse wetten inzake sociale zekerheid, de Disablement Assistance Act for Handicapped Young Persons, of pensioenen of uitkeringen die betaalbaar zijn krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van een derde partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel