Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Termijn voor de overlevering

Onderdeel van Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie aangaande de verkorte procedure tot uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. De overlevering van de betrokken persoon vindt plaats uiterlijk twintig dagen na de datum van mededeling van de beslissing tot uitlevering overeenkomstig artikel 10, lid 2. 2. Indien de betrokken persoon in hechtenis is, wordt hij bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn op het grondgebied van de aangezochte Staat in vrijheid gesteld. 3. Indien de betrokken persoon door overmacht niet binnen de in lid 1 bedoelde termijn kan worden overgeleverd, stelt de betrokken autoriteit als bedoeld in artikel 10, lid 1, de andere autoriteit hiervan in kennis. Zij komen onderling een nieuwe datum voor de overlevering overeen. In dat geval vindt de overlevering plaats binnen twintig dagen na de aldus overeengekomen nieuwe datum. Indien de betrokken persoon bij het verstrijken van die termijn nog in hechtenis is, wordt hij in vrijheid gesteld. 4. De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing in geval de aangezochte Staat artikel 19 van het Europees Verdrag betreffende uitlevering wenst toe te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel