Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Verdragsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Verdragsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen en vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag van Chicago vastgestelde normen.
Elke Verdragsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Verdragsluitende Partij.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Armenië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 9 december 2008 (Pb. EU L 50 van 21 februari 2009, blz. 22-29) wordt vanaf 12 november 2009, wanneer in de tekst van het Verdrag, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/161).
Artikel 14
Erkenning van bewijzen en vergunningen
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Armenië inzake luchtdiensten· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2002