Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Intrekking en handhaving van het geldende recht

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van de Rijn· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003

1. Onverminderd het tweede en derde lid houden bij de inwerkingtreding van dit Verdrag op van kracht te zijn: de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging; de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976 bij de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging; de Overeenkomst van 3 december 1976 inzake de bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging. 2. De ingevolge de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging en de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976, alsmede de Overeenkomst van 3 december 1976 inzake de bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging aangenomen besluiten, aanbevelingen, grenswaarden en andere regelingen blijven zonder wijziging van hun juridische status van toepassing, voor zover deze door de Commissie niet uitdrukkelijk worden ingetrokken. 3. De verdeling van de kosten ten behoeve van de jaarlijkse begroting overeenkomstig artikel 12 van de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging, zoals gewijzigd door de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976 blijft van kracht totdat de Commissie in het huishoudelijk en financieel reglement een verdeling heeft vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel