Naar hoofdinhoud
1. Deze Overeenkomst wordt de Lid-Staten ter aanneming volgens hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen voorgelegd. 2. De Lid-Staten stellen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van de voltooiing van de overeenkomstig hun grondwettelijke bepalingen voor de aanneming van deze Overeenkomst vereiste procedure. 3. Deze Overeenkomst treedt in werking negentig dagen na de kennisgeving als bedoeld in lid 2 door de Lid-Staat die als laatste daartoe overgaat.

Rechtspraak bij dit artikel