Naar hoofdinhoud
1. Indien de Administratie, in overeenstemming met voorschrift I/10 van het STCW-Verdrag, de geldigheid of de inhoud van een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven door de partij die vaarbevoegdheidsbewijzen afgeeft wenst te onderzoeken, stelt zij hetzij schriftelijk, hetzij per telefax, hetzij per E-mail in verbinding met de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit Verdrag van de partij die vaarbevoegdheidsbewijzen afgeeft of met een persoon of personen die door de instantie is of zijn aangewezen om namens haar op te treden. 2. De lijst met namen en functies van aangewezen personen wordt schriftelijk medegedeeld aan de Administratie voordat dit Verdrag in werking treedt. 3. Wijzigingen in de lijst van aangewezen personen worden zo spoedig mogelijk aan de Administratie doorgegeven. 4. Voordat dit Verdrag in werking treedt, deelt de instantie die namens de Administratie verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit Verdrag schriftelijk de lijst mee van personen en hun functie die de instantie heeft aangewezen om namens haar op te treden voor het uitvoeren van onderzoeken naar de geldigheid of de inhoud van een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven door de partij die vaarbevoegdheidsbewijzen afgeeft. 5. Voor de toepassing van dit artikel fungeert de „Maritime Industry Authority" (MARINA) van de partij die vaarbevoegdheidsbewijzen afgeeft als centraal punt voor de uitvoering van het onderzoek naar de geldigheid van de inhoud van vaarbevoegdheidsbewijzen afgegeven door de partij die vaarbevoegdheidsbewijzen afgeeft.

Rechtspraak bij dit artikel