Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Onteigening en schadeloosstelling

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 september 2001

Geen der Verdragsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor direct of indirect aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de maatregelen worden genomen in het maatschappelijk belang of in het belang van de openbare orde en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang; de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige verbintenis die de Verdragsluitende Partij die deze maatregelen neemt, is aangegaan; de maatregelen gaan vergezeld van een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de werkelijke waarde van de desbetreffende investeringen, dient rente te omvatten tegen een gewone commerciële rentevoet tot de datum van betaling en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt naar het door de betrokken gerechtigden aangewezen land en in de valuta van het land waarvan de gerechtigden onderdaan zijn of in een door de gerechtigden aanvaarde vrij inwisselbare valuta.

Rechtspraak bij dit artikel