Naar hoofdinhoud

DEEL 2

Artikel 15 ter

Uitoefening van rechtsmacht ter zake van het misdrijf agressie (Aangifte door de Veiligheidsraad)

Onderdeel van Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 23 september 2017

1. Het Hof is bevoegd rechtsmacht uit te oefenen ter zake van het misdrijf agressie in overeenstemming met artikel 13, onder b, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel. 2. Het Hof is uitsluitend bevoegd rechtsmacht uit te oefenen ter zake van misdrijven van agressie die zijn gepleegd een jaar na de bekrachtiging of aanvaarding van de wijzigingen door dertig Staten die Partij zijn. 3. Het Hof oefent rechtsmacht ter zake van het misdrijf agressie uit in overeenstemming met dit artikel, met inachtneming van een besluit dat na 1 januari 2017 wordt genomen door dezelfde meerderheid van Staten die Partij zijn als nodig is voor het aannemen van een wijziging van het Statuut. 4. Het vaststellen van een daad van agressie door een orgaan buiten het Hof laat de eigen bevindingen van het Hof uit hoofde van dit Statuut onverlet. 5. Dit artikel laat de bepalingen met betrekking tot het uitoefenen van rechtsmacht ter zake van andere in artikel 5, genoemde misdrijven onverlet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel