Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Besluit van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2002

1. Dit besluit wordt door de secretaris-generaal van de Raad ter kennis van de lidstaten gebracht en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.. De lidstaten stellen de secretaris-generaal van de Raad onverwijld in kennis van de voltooiing van de volgens hun grondwettelijke bepalingen voor de aanneming van dit besluit vereiste procedures. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum van ontvangst van de laatste van de in de tweede alinea bedoelde kennisgevingen. Het is van kracht met ingang van 1 januari 2002, behalve artikel 2, lid 3 en artikel 4, die van kracht worden op 1 januari 2001. 2. Behoudens het bepaalde onder b wordt Besluit 94/728/EG, Euratom op 1 januari 2002 ingetrokken. Verwijzingen naar het besluit van de Raad van 21 april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de lidstaten door eigen middelen van de Gemeenschappen1)PB L 94 van 28.4.1970, blz. 19. , Besluit 85/257/EEG, Euratom van de Raad van 7 mei 19852)PB L 128 van 14.5.1985, blz. 15. Besluit ingetrokken bij Besluit 88/376/EEG, Euratom en Besluit 88/376/EEG, Euratom of Besluit 94/728/EG, Euratom worden beschouwd als verwijzingen naar het onderhavige besluit. De artikelen 2, 4 en 5 van Besluit 88/376/EEG, Euratom en Besluit 94/728/EG, Euratom blijven van toepassing op de berekening en de aanpassing van de ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van een voor alle lidstaten geldend uniform percentage op de BTW-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld en beperkt tot 50 of 55% van het BNP van elke lidstaat, al naar het jaar, en op de berekening van de correctie voor begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk voor de jaren 1988 tot 2000. Op de in artikel 2, lid 1, onder a en b, bedoelde bedragen die vóór 28 februari 2001 door de lidstaten beschikbaar dienen te zijn gesteld overeenkomstig de geldende communautaire voorschriften, wordt door de lidstaten 10% als inningskosten ingehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel