**1.** Het totale bedrag van de aan de Gemeenschappen ter dekking van de kredieten voor betalingen toegewezen eigen middelen mag een bepaald percentage van de som van het BNP van de lidstaten niet overschrijden. Dit percentage, met twee decimalen, wordt door de Commissie in december 2001 berekend volgens de volgende formule:
**2.** De in de algemene begroting van de Gemeenschappen opgevoerde kredieten voor vastleggingen moeten een geordende ontwikkeling te zien geven tot een totaal bedrag dat een bepaald percentage van de som van het BNP van de lidstaten niet overschrijdt. Dit percentage, met twee decimalen, wordt door de Commissie in december 2001 berekend volgens de volgende formule:
Er wordt een gepaste verhouding tussen de kredieten voor vastleggingen en de kredieten voor betalingen in acht genomen om ervoor te zorgen dat zij verenigbaar zijn en om in de volgende jaren de hand te kunnen houden aan het in lid 1 vermelde maximum.
**3.** De Commissie deelt de begrotingsautoriteit vóór 31 december 2001 de nieuwe maxima voor de eigen middelen mede.
**4.** De methode die is beschreven in de leden 1 en 2, wordt gevolgd bij wijzigingen van het ESR 1995 die tot veranderingen van de hoogte van het BNP leiden.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Besluit van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2002