Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Doel van de Unie

Onderdeel van Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 7 december 2001

2 1. Het doel van de Unie is: 3 PP-98 a. het instandhouden en uitbreiden van de internationale samenwerking tussen al haar Lidstaten voor de verbetering en het rationele gebruik van alle vormen van telecommunicatie; 3A PP-98 abis. het bevorderen en uitbreiden van de deelname van entiteiten en organisaties aan de activiteiten van de Unie en het aanmoedigen van een vruchtbare samenwerking alsmede partnerschap tussen hen en de Lidstaten voor het verwezen- lijken van de algemene doelstellingen zoals neergelegd in de doelen van de Unie; 4 PP-98 b. het bevorderen en bieden van technische bijstand aan ontwikkelingslanden op het gebied van telecommunicatie, en het bevorderen van de mobilisatie van materiële, personele en financiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering hiervan, alsmede toegang tot informatie; 5 c. het bevorderen van de ontwikkeling van technische faciliteiten en de meest efficiënte exploitatie hiervan teneinde de doelmatigheid van telecommunicatiediensten te verbeteren, het nut ervan te vergroten en deze, zoveel mogelijk, algemeen voor het publiek beschikbaar te maken; 6 d. het bevorderen van de verspreiding van de voordelen van nieuwe telecommunicatietechnologieën onder alle bewoners van de wereld; 7 e. het bevorderen van het gebruik van telecommunicatiediensten ter bevordering van vreedzame betrekkingen; 8 PP-98 f. het harmoniseren van de maatregelen van de Lidstaten en het bevorderen van een vruchtbare en constructieve samenwerking alsmede partnerschap tussen de Lidstaten en Sectorleden voor het bereiken van deze doelen; 9 g. het op internationaal niveau bevorderen van een bredere benadering van telecommunicatievraagstukken in de mondiale informatie-economie en -samenleving, door samenwerking met andere mondiale en regionale intergouvernementele organisaties alsmede met niet-gouvernementele organisaties die zich met telecommunicatie bezighouden. 10 2. Hiertoe onderneemt de Unie in het bijzonder de volgende activiteiten: 11 PP-98 a. het toewijzen van banden in het radiofrequentiespectrum, het toekennen van radiofrequenties en het registreren van toegekende radiofrequenties en, voor ruimtediensten, van elke bijbehorende omlooppositie in geostationaire satellietomloopposities of van verwante kenmerken van satellieten in andere omloopposities, teneinde schadelijke interferentie tussen radiostations van verschillende landen te voorkomen; 12 PP-98 b. het coördineren van inspanningen ten behoeve van het elimineren van schadelijke interferentie tussen radiostations van verschillende landen en voor het verbeteren van het gebruik dat wordt gemaakt van het radiofrequentiespectrum voor radiocommunicatiediensten en van de geostationaire satellietbanen en andere satellietbanen; 13 c. het bevorderen van de wereldwijde standaardisatie van telecommunicatie, met een behoorlijke kwaliteit van de diensten; 14 PP-98 d. het bevorderen van internationale samenwerking en solidariteit bij het verlenen van technische bijstand aan ontwikkelingslanden alsmede het vervaardigen, ontwikkelen en verbeteren van telecommunicatie-apparatuur en -netwerken in ontwikkelingslanden met behulp van alle tot haar beschikking staande middelen, met inbegrip van deelname door de Unie aan de desbetreffende programma's van de Verenigde Naties en gebruikmaking van haar eigen middelen, al naargelang van toepassing is; 15 e. het coördineren van inspanningen ten behoeve van de harmonisatie van de ontwikkeling van telecommunicatiemiddelen, met name die waarbij gebruik wordt gemaakt van ruimtetechnieken, teneinde de mogelijkheden hiervan ten volle te benutten; 16 PP-98 f. het bevorderen van samenwerking tussen de Lidstaten en Sectorleden teneinde tarieven van een zo laag mogelijk niveau vast te stellen dat in overeenstemming is met een efficiënte dienstverlening en met inachtneming van de noodzaak voor de handhaving van een onafhankelijk en gezond financieel beheer van telecommunicatie te handhaven; 17 g. het bevorderen van de aanneming van maatregelen voor het waarborgen van de veiligheid van mensenlevens door samenwerking tussen de telecommunicatiediensten; 18 h. het verrichten van studies, het maken van voorschriften, het aannemen van resoluties, het formuleren van aanbevelingen en opinies, en het verzamelen en publiceren van informatie inzake telecommunicatie-aangelegenheden; 19 i. het bevorderen, met internationale financiële instanties en ontwikkelingsorganisaties, van de instelling van preferente en gunstige kredietfaciliteiten voor de ontwikkeling van sociale projecten die onder meer gericht zijn op de uitbreiding van de telecommunicatiediensten naar de meest afgelegen gebieden in landen; 19A PP-98 j. het bevorderen van de participatie van de betrokken entiteiten bij de activiteiten van de Unie en van de samenwerking met regionale en andere organisaties teneinde het doel van de Unie te verwezenlijken. Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.

Rechtspraak bij dit artikel