Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 38

Totstandbrenging, exploitatie en bescherming van telecommunicatiekanalen en -installaties

Onderdeel van Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 7 december 2001

186 PP-98 1. De Lidstaten nemen de nodige maatregelen voor de totstandbrenging, onder de gunstigste technische omstandigheden, van de kanalen en installaties benodigd voor de snelle en ononderbroken uitwisseling van internationale telecommunicatie. 187 2. Voor zover mogelijk moeten deze kanalen en installaties worden gebruikt volgens de methoden en procedures die in de praktijk het beste zijn gebleken. De juiste bedrijfscondities moeten worden gehandhaafd en zij moeten aan de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen worden aangepast. 188 PP-98 3. De Lidstaten waarborgen de bescherming van deze kanalen en installaties onder hun rechtsmacht. 189 PP-98 4. Tenzij andere voorwaarden worden neergelegd in bijzondere regelingen, neemt elke Lidstaat de nodige maatregelen teneinde het onderhoud van die gedeelten van de internationale telecommunicatiecircuits die onder zijn toezicht vallen, te waarborgen. 189A PP-98 5. De Lidstaten erkennen de noodzaak van het nemen van praktische maatregelen teneinde het gebruik van allerlei soorten elektrische apparaten en installaties die de exploitatie van telecommunicatie-installaties onder de rechtsmacht van andere Lidstaten zou kunnen verstoren, te voorkomen. Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.

Rechtspraak bij dit artikel