202 PP-98 1. De Lidstaten behouden hun volledige vrijheid ten aanzien van militaire radio-installaties.
203 2. Niettemin moeten deze installaties, voor zover mogelijk, de regelgeving inzake het verlenen van bijstand in geval van nood en inzake de maatregelen die moeten worden genomen ter voorkoming van schadelijke interferentie, en de bepalingen van de Administratieve Reglementen inzake de manieren van verzending en de te gebruiken frequenties in acht nemen, overeenkomstig de aard van de dienst die door deze installaties wordt verzorgd.
204 3. Bovendien moeten deze installaties, wanneer zij deelnemen aan de dienst voor openbare communicatie of andere diensten waarop de Administratieve Reglementen van toepassing zijn, in het algemeen, voldoen aan de voorschriften die op die diensten van toepassing zijn.
Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.
HOOFDTUK VII
Artikel 48
Installaties voor nationale defensiediensten
Onderdeel van Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 2001