207 PP-98 Alle Lidstaten behouden zichzelf en de erkende exploitatiemaatschappijen het recht voor de voorwaarden vast te stellen waaronder zij de uitwisseling van telecommunicatie toelaten met een Staat die geen Lidstaat is van de Unie. Indien uit het grondgebied van een dergelijke Staat afkomstige telecommunicatie door een Lidstaat wordt geaccepteerd, moet zij worden verzonden en, voor zover zij de telecommunicatiekanalen van een Lidstaat volgt, zijn de verplichte bepalingen van dit Statuut, van het Verdrag en van de Administratieve Reglementen en de gebruikelijke heffingen daarop van toepassing.
Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 51
Betrekkingen met niet-Lidstaten
Onderdeel van Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 2001