212 PP-98 1. Een Lidstaat die dit Statuut en het Verdrag niet heeft ondertekend, of, onverminderd de bepalingen van artikel 2 van dit Statuut, elke andere in dat artikel bedoelde Staat, kan te allen tijde tot dit Statuut en tot het Verdrag toetreden. Deze toetreding vindt gelijktijdig plaats in de vorm van een enkele akte voor zowel dit Statuut als het Verdrag.
213 PP-98 2. De akte van toetreding wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal, die de Lidstaten kennis geeft van elke nederlegging van een dergelijke akte zodra deze wordt ontvangen en zendt elk van hen een gewaarmerkt afschrift daarvan toe.
214 3. Na de inwerkingtreding van dit Statuut en van het Verdrag in overeenstemming met artikel 58 van dit Statuut, wordt een akte van toetreding van kracht op de datum van nederlegging daarvan bij de Secretaris-Generaal, tenzij in deze akte anders wordt bepaald.
Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.
HOOFDSTUK IX
Artikel 53
Toetreding
Onderdeel van Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 2001