**1.** De Commissie heeft tot taak de raadpleging van de sociale partners op het niveau van de Unie te bevorderen en treft alle maatregelen die nuttig kunnen zijn om de dialoog tussen de partners te vergemakkelijken door middel van een evenwichtige ondersteuning van de partijen.
**2.** Daartoe raadpleegt de Commissie, alvorens voorstellen op het gebied van de sociale politiek in te dienen, de sociale partners over de mogelijke richting van een optreden van de Unie.
**3.** Indien de Commissie na deze raadpleging van mening is dat een optreden van de Unie wenselijk is, raadpleegt zij de sociale partners over de inhoud van het overwogen voorstel. De sociale partners doen de Commissie een advies of, in voorkomend geval, een aanbeveling toekomen.
**4.** Ter gelegenheid van de in de leden 2 en 3 bedoelde raadplegingen kunnen de sociale partners de Commissie in kennis stellen van hun wens om het in artikel 155 bedoelde proces in te leiden. Dit proces neemt maximaal negen maanden in beslag, tenzij de betrokken sociale partners en de Commissie gezamenlijk besluiten tot verlenging.
Betreft de Nederlandse tekst van het Verdrag, zoals laatstelijk
gewijzigd door het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het
Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap; Lissabon, 13 december 2007. Voorheen art. 138.
DEEL DERDE › TITEL X
Artikel 154
Artikel 154
Onderdeel van Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2009