**1.** Het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft ten doel:
de productiviteit van de landbouw te doen toenemen door de technische vooruitgang te bevorderen en door zowel de rationele ontwikkeling van de landbouwproductie als een optimaal gebruik van de productiefactoren, met name de arbeidskrachten, te verzekeren;
aldus de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door de verhoging van het hoofdelijk inkomen van hen die in de landbouw werkzaam zijn;
de markten te stabiliseren;
de voorziening veilig te stellen;
redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren.
**2.** Bij het tot stand brengen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van de daarvoor te treffen bijzondere voorzieningen zal rekening gehouden worden met:
de bijzondere aard van het landbouwbedrijf, welke voortvloeit uit de maatschappelijke structuur van de landbouw en uit de structurele en natuurlijke ongelijkheid tussen de verschillende landbouwgebieden;
de noodzaak de dienstige aanpassingen geleidelijk te doen verlopen;
het feit, dat de landbouwsector in de lidstaten nauw verweven is met de gehele economie.
Betreft de Nederlandse tekst van het Verdrag, zoals laatstelijk
gewijzigd door het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het
Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap; Lissabon, 13 december 2007. Voorheen art. 33.
DEEL DERDE › TITEL III
Artikel 39
Artikel 39
Onderdeel van Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2009