De lidstaten die voornemens zijn onderling nauwere samenwerking krachtens artikel 27 B aan te gaan, richten een verzoek aan de Raad. Het verzoek wordt aan de Commissie en ter kennisgeving aan het Europees Parlement toegezonden. De Commissie brengt met name advies uit over de samenhang van de beoogde nauwere samenwerking met het beleid van de Unie. De machtiging wordt verleend door de Raad, die overeenkomstig artikel 23, lid 2, tweede en derde alinea, en met inachtneming van de artikelen 43 tot en met 45 een besluit neemt.
TITEL V
Artikel 27 C
Artikel 27 C
Onderdeel van Verdrag betreffende de Europese Unie· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2003