**1.** De bij dit besluit verleende voorrechten en immuniteiten worden in het belang van de Agentschappen van de Europese Unie en niet tot persoonlijk voordeel van de betrokkenen zelf verleend. Het is de plicht van de Agentschappen van de Europese Unie en alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten, in alle andere opzichten de wetten en voorschriften van de lidstaten na te leven.
**2.** De directeuren zijn gehouden de immuniteit van de Agentschappen van de Europese Unie en van hun personeelsleden op te heffen, in de gevallen waarin deze de rechtsgang zou belemmeren en opgeheven kan worden zonder dat de belangen van deze Agentschappen worden geschaad. Ten aanzien van de directeuren en de financieel controleurs hebben de Raden van Bestuur een soortgelijke verplichting. Ten aanzien van de leden van de Raden van Bestuur zijn de lidstaten waarvan deze leden onderdanen zijn of de Commissie, al naar het geval, bevoegd om deze immuniteiten op te heffen.
**3.** Wanneer de immuniteit van de Agentschappen van de Europese Unie als bedoeld in artikel 1, is opgeheven, vinden door de justitiële autoriteiten van de lidstaten bevolen huiszoekingen en beslagleggingen plaats in aanwezigheid van de directeur van het Agentschap van de Europese Unie of van een door hem gemachtigd persoon, overeenkomstig de geheimhoudingsregels.
**4.** De Agentschappen van de Europese Unie werken te allen tijde met de betrokken autoriteiten van de lidstaten samen om een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, en voorkomen dat de bij dit besluit verleende voorrechten en immuniteiten worden misbruikt.
**5.** Wanneer een bevoegde autoriteit of een justitieel orgaan van een lidstaat van mening is dat sprake is van misbruik van een bij dit besluit verleend voorrecht of verleende immuniteit, pleegt het orgaan dat uit hoofde van lid 2 voor de opheffing van de immuniteit bevoegd is, op verzoek overleg met de betrokken autoriteiten om vast te stellen of bedoeld misbruik heeft plaatsgevonden. Indien dat overleg niet tot een voor beide zijden bevredigend resultaat leidt, wordt de kwestie overeenkomstig de in artikel 11 vastgestelde procedure opgelost.
Artikel 10
Opheffing van immuniteiten
Onderdeel van Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de voorrechten en immuniteiten die aan het Instituut voor veiligheidsstudies en het Satellietcentrum van de Europese Unie, alsmede aan hun organen en de leden van hun personeel worden verleend· Internationaal publiekrecht