Naar hoofdinhoud
1. De leden van de organen van de Agentschappen van de Europese Unie en de personeelsleden van deze Agentschappen genieten de volgende immuniteiten: vrijstelling van iedere vorm van rechtsvervolging voor hetgeen zij in de uitoefening van hun officiële taken hebben gezegd, geschreven of gedaan; zij blijven daarvan vrijgesteld wanneer zij niet langer lid van een orgaan of personeelslid zijn; al hun officiële papieren, documenten en ander officieel materiaal zijn onschendbaar; 2. De personeelsleden van de Agentschappen van de Europese Unie waarvan de salarissen en emolumenten onderworpen zijn aan een belasting ten bate van deze Agentschappen als bepaald in artikel 8, zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting op de door deze Agentschappen betaalde salarissen en emolumenten. Deze salarissen en emolumenten mogen evenwel in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de belasting op inkomsten uit andere bronnen. Dit lid is niet van toepassing op pensioenen en annuïteiten die worden uitgekeerd aan voormalige personeelsleden van de Agentschappen van de Europese Unie en te hunnen laste komende personen. 3. Artikel 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen is van toepassing op de personeelsleden van de Agentschappen van de Europese Unie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel